U bevindt zich hier: > erfgoed > De Haan

De Haan

"De Haan" was tot 1976 een toeristische naam voor een deel van Klemskerke en Vlissegem. De Haan was dus geen gemeente. In 1976, toen de gemeenten werden samengevoegd tot grotere gehelen, werd "De Haan" de naam van de nieuwe gemeente die ontstond door de fusie van Klemskerke, Vlissegem en Wenduine.

• Het prille begin
De geschiedenis leert ons dat De Haan een gehucht bij de zee was, gelegen op het grondgebied van twee der oudste polderdorpen: Klemskerke (1003) en Vlissegem (988).
Het gehucht genoot een goede bescherming tegen het watergeweld dankzij een brede duinengordel. Zo is het ook te verklaren dat Vlissegem en Klemskerke gespaard bleven toen in de loop der tijden grote overstromingen onze kust teisterden.
Volgens de eerste beschrijvingen van het gehucht ging het om enkele hutten "opgericht in het duynlandt of heylandt van Clemskerke of Vlisseghem".
Onder de niet altijd gewaardeerde bewoners bevonden zich "arbeyders ende visschers van gheernaert die hen gheneerden met visch te verkoopen, gaende met enen ezel van dorpe tot dorpe - een schoenlapper, een wever, een speelman ende verder aerme, en een meulenaere". Meer dan eens beklaagde de overheid zich over het sluikwonen in de duinen. In brieven werd zelfs beweerd dat hier mensen leefden met een slecht karakter en dat hun hutten haarden waren van 'diefte' en stroperij. De douane, over wie de eerste gegevens teruggaan tot 1814, had hier ook een vaste stek. Omstreeks 1830 kreeg ze een betere behuizing, de nu nog in de volksmond bekende 'Komiezenkoten' die in 1961/62 werden afgebroken. Hier werd vooral bij aanspoelingen een hartig woordje gebekvecht en soms werden letterlijk slaande argumenten gebruikt. De duinbewoners mochten tegen vergoeding hun vee laten grazen en werden meestal verplicht duinhelmgras te planten om zandverstuiving te voorkomen.


• Ontstaan van het duinbos
Beplanting met helmgras hielp niet veel. Aanplanting van dennen mislukte wel eens. In 1836 kreeg Theodoor Van de Walle, voorzitter van de Commissie voor Landbouw in West-Vlaanderen, het recht om de duinenpannen te beplanten. Pieter Jan Gezelle, vader van de beroemde Guido, was zijn werknemer. Theodoor Van de Walle stierf in 1848. Na hem werden de aanplantingen minder verzorgd. Er ontstond zelfs heel wat getouwtrek rond het aanplantingsrecht. In 1854 schreef de burgemeester van Vlissegem aan weduwe Van de Walle "Het is ons ter kennis gekomen dat Uw Ed. reeds verscheidene gedeelten grond overliet aan anderen die dezelve bebouwen. Dit strekt tot nadeel van andere ingezetenen en krenkt de belangen van gans de gemeente".
En de wilde konijnen waren talrijk. De holen en pijpen die ze groeven in de duinenruggen en dat ze groen weg knaagden, werkten zandverstuiving in de hand. In 1874 vroegen de gemeenten om toelating "deze knaegdieren welke ook de veldvrugten grotelijks beschadigden" te mogen vernietigen.

In 1886 namen de dienst Bruggen en Wegen en het Ministerie van Landbouw de beplantingstaak over. Tuinarchitect L. Van der Swaelmen kreeg opdracht van de duinen één groot park te maken waar de toeristen van Oostende en Blankenberge konden wandelen. In 1887 werd een commissie opgericht die bestaande bosaanplantingen in de buurlanden en in eigen land bestudeerde. Volgende maatregelen werden genomen: verbetering van de grond door bijvoeging van havenslik en mest, de keuze van te planten bomen moest doordacht gebeuren (vooral dennen en loofbomen) en de duingraslanden moesten worden beschermd tegen konijnen en overbegrazing. Dank zij dit alles kunnen wij vandaag vanuit de fusiegemeente Wenduine wandelen in een 157 ha. groot bos dat zich uitstrekt tot de wijk Vosseslag, grenzend aan Bredene.


• Een aangenaam verblijf aan zee
De opkomst van het kusttoerisme en vooral de aanleg van de stoomtramlijn die op 8 augustus 1886 in gebruik werd gesteld, brachten ingrijpende veranderingen. Tramreizigers vertelde al vlug hoe aangenaam het was in het groene De Haan uit te stappen. Ook Eduard Colinet, architect, had dit ervaren. Zijn droom was: "al de aangenaamheden van een verblijf aan zee te paren aan de aantrekkelijkheid die het platteland kon bieden". Zo verwoordde de heer Van Imschoot, voorzitter van de commerciële, maritieme en industriële vereniging van Oostende, het althans op de officiële opening van de badplaats en het eerste hotel op 22 juli 1888.
Bij KB van 29 juli 1889 werd goedgekeurd: een contract tussen de Belgische staat en de heren Colinet en Passenbronder "houdende verhuring van 50 ha. duinen te Clemskerke en Vlissegem". Colinet stierf in 1890 en tussen zijn erfgenamen en vroegere partner rezen moeilijkheden. Mevrouw Colinet kreeg alle rechten toegewezen en verkocht in 1895 de concessie aan Leon Herreboudt uit Brussel die aanstonds gronden doorverkocht aan Delphin Depuydt, notaris en burgemeester van Gistel. Ze stichtten samen de eerste Société anonyme du Coq sur Mer. Deze eerste concessie werd nog tweemaal uitgebreid: in 1904 met 3 ha 40 a. en in 1912 met 15 ha. Nadat de eerste société in vereffening werd gesteld, kwam er in 1911 een nieuwe tot stand.


• De Haan groeit
Hoezeer het beheer ook veranderde, er bleef gelukkig in alle statuten één grote bekommernis: aanleg van een echt villapark met behoud van zoveel mogelijk groen en van het niveau van de duinen. Elke bouwheer moest ook beplanting van bomen, grasperken, en bloembedden laten uitvoeren. Van de bouwgronden mocht, met dit doel voor ogen, slechts één zesde van de oppervlakte bebouwd worden. Hier heeft De Haan ook vandaag nog, als groen oord, veel te danken aan het urbanisatieplan (1910) van J. Stübben. Deze architect-urbanist was werkzaam in Berlijn, Aken, Keulen, Altona, Basel, Bilbao en Poznan. Hij was ook persoonlijk stedenbouwkundig adviseur van koning Leopold II. Volgens J. Stübben moest een badplaats niet te hoog bouwen en er moest, indien haalbaar, zoveel mogelijk bos zijn als bescherming tegen de wind. In het belang van de rust moeten de laantjes kronkelend zijn. Qua stijl ging zijn voorkeur naar de Anglo-Normandische bouwwijze. Onder impuls van Leopold II werd de koninklijke weg aangelegd en kwam op het grondgebied van De Haan ook het allereerste golfterrein van ons land.
Omstreeks de eeuwwisseling was het gehucht dat zo rustig sluimerend bij de zee lag, erg bedrijvig geworden. Er kwamen buitenlandse toeristen, vooral Fransen en Engelsen. De eerste dorpsbewoners kochten grond "aen den Haene". In 1899 werd het casino gebouwd. Het werd met veel pracht en praal ingewijd doch reeds in 1929 afgebroken. De twee kiosken, die vroeger de ingang vormden, staan er nog. Omstreeks 1899 liet de heer Simson de bouw starten van het voor die tijd zeer luxueuze Grand Hotel du Coq. In 1949 werd het een vakantiehuis voor Waalse kinderen onder de naam L'Espérance. Na de fusie werd het gebouw door de gemeente aangekocht en als gemeentehuis ingericht.


• De gezonde lucht
In De Haan, dank zij zee, bos en strand, kwamen zich in de loop der jaren ook heel wat sociale vakantiecentra en kinderhomes vestigen. Het Zeepreventorium was een der eerste in 1924. Sedert 1955, vooral dank zij dr. F. Alexander, verwierf het internationale bekendheid. Het kampeertoerisme kwam vooral tot ontwikkeling na de tweede wereldoorlog.


• Toerisme
Het toerisme nam toe en bracht werk en welstand. Het taalgebruik vormde soms al een eerste struikelblok. Vooral in de periode tussen 1920 en 1930 was het een tijd van spanning tussen concessiebewoners en gemeentebesturen. Nu en dan werd vanuit de concessie een snedige 'lettre ouverte' gestuurd en zelfs een door velen ondertekend pamflet met vraag naar zelfstandigheid. Op de voorpagina van sommige documenten lezen we het al te voorbarige 'Commune De Haan'. Noch Klemskerke, noch Vlissegem had daar oren naar. De tijd van 'Les querelles du Coq et son village' zoals sommige kranten in de jaren 1930 blokletterden, is lang voorbij.
De Haan herstelde zich vlug na de twee wereldoorlogen en genoot steeds meer bekendheid als weinig verstedelijkt groen oord. Voor het grootste gedeelte bleef De Haan trouw aan de destijds vooropgezette principes qua urbanisatie en architectuur. De heel eigen sfeer van de concessie is nog best te smaken. Verschillende gebouwen werden als monument geklasseerd of genieten bescherming. Dat laatste is ook het geval voor de kerken, molens en dorpsgezichten van de fusiegemeenten.

Top